Na een eerste kennismaking in Den Haag is het Lab Topdorpen volop op locatie in Noord Oost Groningen.
woensdag is Flip op pad gegaan op zoek naar locale initiatieven en waardevolle contacten:
Impressies uit de regio (Flip Bakker, 14 april 2010)
Vooruitlopend op de gebiedsverkenning morgen, heb ik een ontdekkingstocht gedaan. Ik had eerder al wat contacten gelegd via RUG/RW en de provincie Groningen.
Vanuit RUG/RW prof. Strijker kreeg ik mee: er (nog) niet een echt onderzoeksprogramma voor Krimp. Wel aanzetten daartoe. O.a. goede demografische verkenningen. Volgens hem werd de RUG door de regio tot nu toe alleen gevraagd voor de onderbouwing van financiële claims. De huidige aanpak vanuit de provincie had volgens hem nog sterk het karakter van window-dressing.
Later op de dag kreeg ik van Gilian Wijnalda (Groninger Dorpen) nog mee, dat er een onderzoek in uitvoering is: bedreigd bestaan; het leuke is dat het een herhaling is van eenzelfde onderzoek van 50 jaar geleden. Zie www.bedreigdbestaan.nl
De provincie dacht daar natuurlijk anders over. Die hebben nog vrij recent een programmamanager bevolkingsdaling aangesteld (Elmer Koole). Die is voorlopig nog z’n ei aan het leggen, en komt niet verder dan het provinciaal actieplan (zit in de dropbox), en de goede voornemens die daaruit blijken. Er is ook een (financieel beperkt) programma leefbaarheid (Heddy Leerink). Daar zijn inmiddels heel wat projecten gepasseerd. Gevraagd naar de beste, kwam ik uit in Termunten. Daar moest de ME de hangjongeren in bedwanghouden tijdens de voorlaatste jaarwisselingen. Jong en oud hebben nu de handen ineengeslagen en samen een dorpshuis/-café (bij de sluis)gerealiseerd. De laatste jaarwisseling is rustig verlopen.
Mijn eerste (geplande) ontmoeting gisteren was met Susanne Lemstra van het Plattelandshuis in Ten Boer. Dat was echt een schot in de roos: iemand met inzicht en visie.
- Wat is de essentie van krimp, en hoe staat het in de regio op de agenda? Niet zozeer de leegloop (niet werken vanuit een doemscenario van spookdorpen), maar wel vergrijzing en ontgroening (jeugd die wegtrekt). Dat betekent een aanslag op de sociale cohesie; traditionele ontmoetings-punten verdwijnen, nieuwe zijn nodig.
- Wat zou ons ontwerplab daaraan kunnen bijdragen? Kijken wat de kracht-factoren zijn waarom sommige kernen het nu nog steeds goed doen, ook al is de laatste winkel verdwenen. Ontwerpen van een buurthuis-nieuwe-stijl als drager van de sociale cohesie; niet alleen voor de traditionele verenigingen, maar ook de ontmoetingsplek (zoals Igluu) voor de ondernemende zzp-ers, die nu vaak in de voormalige bedrijfspanden zitten maar niet de etalagefunctie benutten. Slimmer bouwen/ renoveren: inspelen op vergrijzing. Koppelen van voorzieningen (bijv. ouderenzorg icm. kinderopvang). Mijn aanvulling: wellicht ook krimp van school als kans benutten voor ‘brede school’ (relatie met agenda NmA/Gezond Verstand). Heel belangrijke opgave: ontwerp iets voor jongeren tussen 14 en 18; die hebben nu in de meeste dorpen niets te zoeken.
Het Plattelandshuis in Ten Boer is zelf een goed voorbeeld van kansen benutten en bundeling van krachten: een goed verbouwde statige boerderij biedt nu onderdak aan de gemeente, en div. instellingen (o.a. ver. van Groninger gemeenten, ver. van Groninger dorpen).
Daarna ben ik op pad gegaan. Eerst aangelegd bij een boerderijwinkel, en een praatje gemaakt met de creatieve ondernemer daarachter: leuke dingen doen voor de omgeving – o.a. scholen op bezoek – werkt positief voor de omgeving en ook voor de bedrijfsinkomsten.
Op de Eemshaven een gigantische bedrijvigheid gezien – 10-tallen bouwkranen aan het werk met veel buitenlands personeel. Ze gaan er zelfs 2 complete tijdelijke nood-dorpen-met-voorzieningen voor bouwen: bij Winsum, en in Wagenborgen (onder Appingedam). Op die laatste lokatie ben ik nog wezen kijken: het terrein van een voormalige geriatrische instelling – een prachtig park in een landschappelijk prima setting, waar inmiddels alle bebouwing was gesaneerd…..
Maar eerst Termunten. Daar had ik een afspraak met een hereboer/kerkvoogd (hr. Perdok). Die me trots vertelde over de aanpak van het monumentale kerkje, en de functieverbreding middels (orgel-) concerten, en de röring die dat in het dorp brengt. Hij had helees geen visie op krimp, en kon zich ook moeilijk voorstellen hoe zijn oude dag er in dat perspectief uit zou moeten zien. Daarvoor heb ik wel een afspraak in de planning met mw. Reineking, die actief betrokken is in een dorpsklankbord dat zich bezint op de krimp.
Het was prachtig weer, en ik heb het goede voorbeeld van Sandra gevolgd: ben aangeschoven bij een dorpsbewoner op een bankje in de zon. Gesproken over wat ‘noaberschap’ nog inhield in het dorp. Een beetje onzichtbaar; dat was ook de analyse van Susanne Lemstra, die als (ontwerp)opgave daaro ook meegaf om die informele structuren meer zichtbaar en levend te maken. Ikzelf denk daarbij bijv. aan het ontwerpen en inrichten van een virtueel dorpshuis, ter ondersteuning van de echte ontmoetingen in het echte dorpshuis (nieuwe stijl).
En toen (via Wagenborgen) op weg naar Garrelsweer, een mooie kleine kern aan het mooie Damsterdiep (600 inwoners). Daar gesproken met Erik Raad, initiator en voorzitter van het nieuwe dorpshuis; winnaar van de provinciale vrijwilligersprijs. De krachtfactor van Garrelsweer: het dorpshuis en de grote (georganiseerde) betrokkenheid van de gebruikers en de vrijwilligers daarbij. Ook een inspirerend gesprek. De minimale voorzieningen om een gemeenschap levend te houden:
- een basisschool, maximaal één dorp verderop;
- een ontmoetingsmogelijkheid, zoals een dorpshuis.
Alle andere voorzieningen mogen zijn ‘een half uur gaans’; vroeger was dat een straal van 3 km, tegenwoordig 15-20km.
Erik Raad werkt bij AveBe (aardappelmeel), en wil ook meedenken met de idee van aardappelmeel-kunst(stof)-projecten in de regio.
Tot slot een kleine voorzet als het gaat om participatie.
Voor onze aanpak zou ik graag een (beperkt) aantal mensen zoals Susanne Lemstra en Erik Raad willen inschakelen als een soort ‘Raad van Toezicht’ of een ‘Raad van Wijzen’. Die zouden we 3 max 4 keer kunnen informeren en consulteren: bij de start – ons plan van aanpak; een voortgangsconsultatie halverwege; en een consultatie over het concept-ontwerp-in-welke-vorm-dan-ook.
Als het gaat om de ‘lokale schaal’ (bijv. een dorpshuis-nieuwe-stijl, of brede-school-tegen-wil- en-dank, of jeug-14-18-voorziening) ben ik van mening dat we aansluiting moeten zoeken bij de lokale doelgroep. De ‘Raad van Wijzen’ kan ons daarbij adviseren.
Voor mij was dit een leuke ontdekkingstocht in de regio Noord-Groningen. Dat is ook het meest perspectiefrijke gebied in onze opgave. Ik heb het niet aangedurfd om in ‘het putje van de provincie’ – de regio Oost-Groningen – de idee voor te leggen om de dijken door te steken, en het putje om te toveren in een merengebied, in combinatie met een zoet/zoutwatercentrale… Hebben jullie meer lef, morgen?
Met vriendelijke groet,
Flip Bakker

Geen reacties tot nu toe ↓
Nog geen reacties... reageer door het formulier in te vullen.