Lab 08: Topdorpen

LAB08 in de TOP TIEN

22-10-2010 · Uncategorized

LAB08 heeft een plaats veroverd in de TOP TIEN van de originele, aansprekende, inspirerende, beste projecten, oplossingen en experimenten om met demografische veranderingen om te gaan!

Op 21 oktober 2010 presenteerde LAB08 op de Krimpbeurs van het Noorden – DC Noise –  in het Drenthse Veenhuizen tussen 42 andere standhouders het ontwerpend onderzoek TOPDORPEN. Zo’n 400 bezoekers – tevens juryleden – bestuurders, beleidsmakers en beslissers bij overheden, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van bewonersgroepen bezochten de beursvloer.

Tijdens de pitches daagden we de bezoekers uit een droom, wens, plan voor Noord-Oost Groningen uit te spreken, en onderzochten die ter plekke in een ontwerp op de reuzenmakette. Opvallend was het grote aantal enthousiaste reacties over dit verrassend eenvoudige ontwerpinstrument dat instant het voorstellingsvermogen weet te prikkelen. In de wandelgangen leverde dat ons al gauw een benaming op: “ die van de makette” .

Aan het einde van de dag maakte Gedeputeerde van de Provincie Groningen dhr. Pim de Bruijne de jury-uitslag bekend: LAB 08 op de vijfde plaats in de gelederen van de TOP TIEN van het Noorden. Hij verbond daaraan de uitnodiging deel te nemen aan de Landelijke Bestuurdersconferentie: “Krimp in beweging” op 2 december in Den Haag.

Wij bezinnen ons nu op onze aanpak van de bijdrage aan deze conferentie waarbij het ontwerp de sleutelrol speelt die tevens de andere TOP TIEN initiatieven ruimtelijk onderzoekt, verbindt en tot verbeelding brengt. Wordt vervolgd.

Namens LAB08

Brigitte van Bakel

CONTACT: lab08top@gmail.com

Brigitte van Bakel, Flip Bakker, Unger Beerends, Sandra Grabs, Michel Melenhorst

20101021LAB08TOPDORPEN

→ Geen reactiesTags:

Mindsearch

27-04-2010 · Uncategorized

Het is nog een vage zwempartij over wat je als architect nou eigenlijk kunt bijdragen aan een verschijnsel dat het ook best zonder architectuur kan stellen. Sterker nog: het zonder architectuur stelt.

De conclusies van onder meer het BNA-onderzoek – om niet opnieuw het wiel te gaan uitvinden- over krimp laten zien dat belangrijke voorwaarden voor enige strategische veranderingen zijn gelegen op vlakken van financiering en bestuur.  En… wat doe je daar dan mee?

 Wat we gezien hebben is dat er initiatieven zijn om voorzieningen en sociale bindingselementen in een dorp – zoals sportvoorzieningen, maar ook een school of een dorpshuis – in eigen beheer te nemen. (Drieborg). Een nieuw dorpshuis -als social binder- ontwerpen lijkt, evenals andere gebouwde adepten van nieuwe visies,  zoals alweer een nieuw type school – de onderwijsvisies buitelen over elkaar heen-  met de overvloed aan bestaande gebouwen een vorm van kapitaalvernietiging.

Er worden nieuwe, ecologische en duurzame landbouw en landbouwproducten ontwikkeld (Pekela). Een fantastisch initiatief ingezet door een bevlogen ondernemer, weliswaar nog met subsidies, maar met een enthousiasme waar Pekela in één klap rijk van is geworden! Hoe kan zo’n man NIET in de weg gezeten worden? En, hoort hij niet namens Nederland op de wereldtentoonstelling in China te figureren? Nog een boost voor Pekela?

 De vraag rijst of economische ontwikkelingen los te koppelen zijn van de kijk op krimp. Hebben we invloed op bijvoorbeeld de overvloedige geldstromen? Zoals Floor de Sera ons vertelde: Voor een Topdorp is geen geld. Voor groen is geld genoeg. Sterker nog – interpretatie van de schrijver-: er worden rampscenario’s mee gesubsidieerd. In Amsterdam met een gasmasker op wonen, en in Groningen door de bomen het bos niet zien. Omdat last but not least, rood rood blijkt te blijven en groen groen.

Is dat dan zo erg? Is Nederland één grote stad met hier en daar een mooi park waar je kunt ademhalen?

Als dat zo is kan krimp hier en daar geen kwaad, het schept ruimte. Een park dat steeds groter wordt, en dan weer kleiner, al naar behoefte – van welke komaf dan ook – ? Een park met ruimte voor ruïnes zonder hekken eromheen, de verlaten huizen die worden opengesteld voor de jeugd – hangen is heerlijk-,  de ondernemer die vruchtbare akkers in beslag neemt voor zijn cradle to cradle landbouwproductie.

 En dat alles bereikbaar en toegankelijk met een gratis uiterst dicht en frequent net van openbaar vervoer, zodat elke plaats in stad Nederland voor iedereen toegankelijk en bereikbaar is? Is daar een potje voor? Het scheelt bergen administratie, dat lijdt geen twijfel. Als voor elke woning die niet gesloopt wordt 50.000 euro wordt toebedeeld aan zo’n netwerk, hoe ver kom je dan? Of als voor elke boom die niet geplant wordt, ze groeien vanzelf ook wel, 2000 euro wordt gestort in een gemeentepotje waarmee elke burger thuis gratis toegang krijgt tot internet en digitale onderwijsvoorzieningen, hoe ver kom je dan?

En hoe kun je dat alles sturen? Of hoe kun je dat alles laten zien?

Op allerlei sites, blogs, bij onderzoeksgroepjes over krimp bestaat een tendens om krimp te relateren aan het verschijnsel van de “social leftovers”. De zielenpieten die over blijven: grijze ouderen of verveelde jongeren, direct gekoppeld aan laag-opgeleid en “sociaal” kansloos. Hoog-opgeleid heet daar sociaal-kapitaal. Maar is dat wel zo?  het lijkt eerder een verwarring van begrippen. Neem toegankelijkheid tot voorzieningen en sociale verworvenheden als gezondheidszorg en onderwijs als uitgangspunt voor het begrip sociaal. Dan krijg je een heel ander beeld. Dan zie je namelijk dat hoog-opgeleid helemaal niet automatisch sociaal betekent. Sterker nog: het zijn de hoog-opgeleiden die niet de kans zien de toegankelijkheid tot voorzieningen te garanderen.

 En hoe zit het ruimtelijk. Is een groen dorp bij voorkeur aantrekkelijker? Steden zijn doorgaans ook niet groen, maar wel voor het merendeel aantrekkelijk als woonplaats.

En hoe zit het door de eeuwen heen? Hoe kort of langdurig is een verschijnsel als krimp op het platteland? Als je het over twee eeuwen bekijkt is er dan wel sprake van krimp? Of zijn we gewend geraakt aan korte termijnvisies?

Zijn we op zoek naar de factor X die maakt dat een krimpdorp aantrekkelijk wordt? Een aanbeveling die ook al eerder is gedaan: bekijk het per plaats en per context. Ook rondom Leipzig aan de hand, momenteel IBA in Saksen, voormalig DDR – ervaringsdeskundigen op het gebied van krimp-.

Krimp gedraagt zich steeds anders. Gebieden of steden waarvan we denken dat ze niet krimpen blijken dat ineens wel te doen. Krimp – omdat we er nou eenmaal een naam aan hebben gegeven- is een soort kameleon, die, net als je denkt hem bij zijn staart te kunnen grijpen, van kleur verandert zodat je opnieuw moet gaan zoeken. En daar is meteen een crux geraakt. Elk beleid dat je erop afstemt is al van kleur verschoten voordat de uitvoering ervan van start gaat. Hoe kan bestuur en beleid zó zijn dat je moet blijven kijken wat er gebeurt. Hoe kunnen ruimtelijke interventies en strategieën zó gemaakt worden dat ze kleurveranderingen in zich op kunnen nemen? Rood, groen of blauw, maar ook het hele spectrum wat daar tussen ligt? En zeker ook:  hoe kan het, als je het lokaal bekijkt,  zo gedaan worden dat de strategieën meerdere wethouders overleven?

Kan de Blauwe Stad nog iets anders worden dan een verlaten speeltuin voor bouwbedrijven die gretig inspelen op het historische onbenul van de woontypologieën?

En kan Pekela nog iets anders zijn dan een uitgemergelde steenklomp waar niets mag, maar wel moet – zoals de bouw van twee nieuwe woningen voor elke drie gesloopte. Een prognose van benodigdheden gebaseerd op een raadselachtig onderzoek?

Of moet Drieborg toch het geschenk krijgen van een Topdorps Huis, ontworpen door een Toparchitect?

→ Geen reactiesTags:

Gesprek met LNV en bijeenkomst Topdorpen

27-04-2010 · Uncategorized

Afgelopen week maakte het Lab kennis met Floor de Sera, namens het ministerie van LNV betrokken bij het Topdorpen lab. Waardevolle aanvullingen op onze verkenningen van een ervaringsdeskundige uit Bellingwolde,  die het lokale aan  de grote lijn weet te koppelen. Op aanraden van Floor bekijken  we  omgevingsfactoren -zeg maar wat het effect is van het mooi of lelijk zijn van een dorp en omgeving op krimp en hoe deze krimp vervolgens ervaren wordt. Daarnaast proberen we ook strategieën te bedenken voor de zwartste krimpscenario’s.  Wat kun je dan nog doen? Moet je wel wat doen? En zo ja , welke ruimte dit biedt voor onvermoede ontwikkelingen?

Deze week wordt in Baarn een bijeenkomst over topdorpen georganiseerd waar het lab ook bij aanwezig zal zijn. Hier komt  de denktank ‘topdorpen en het organiserend vermogen’ bijeen.  zie ook de site van de oganisatoren:  www.netwerkplatteland.nl

Contacten zijn gelegd met het Krimponderzoek van de Hanzehogeschool in Groningen van Jannie Rozema en gaan we in gesprek met Roos Galjaard en Jan Kleine van bureau PAU

Als toetje nog een twee interviews die Sandra maakte in Delfzijl  interviews Delfzijl 1 en interviews Delfzijl 2

→ Geen reactiesTags:

Eerste selectie topdorpen

27-04-2010 · Uncategorized

De eerste analyse resultaten van het Lab hebben een focus opgeleverd op drie combinaties van drie dorpen met elk een specifieke ondergrond en daaraan gekoppeld een mogelijke organisatie of processtructuur om de leefbaarheid te verbeteren.

Ten Boer is een dorp onder de rook van Groningen. Zijdelings heeft Ten Boer met krimp te maken vooral in de zogenaamde buitendorpen van de gemeente. De nabijheid van Grote Broer Groningen zorgt ervoor dat de effecten en bijwerkingen van de krimp mild zijn. Het teruglopen van het voorzieningenniveau worden deels opgevangen door de stad. Ten Boer is redelijk geliefd bij hoog opgeleiden die in Groningen werken. Toch staan ook hier de locale voorzieningen onder druk, een schouwburg mag dan op redelijke afstand in de stad Groningen zijn, een basisschool wil je toch gewoon in de buurt hebben.

Ten boer kent een goede infrastructuur van organisaties en participatiemogelijkheden voor de burgers die vanuit de politiek, de overheid en ngo’s  gestuurd worden. Paricipatie van bovenaf zou je kunnen zeggen. Een voorbeeld is het Plattelandshuis Hoogeland in ten Boer:

http://www.programmalandelijkgebied.nl/plg-noord.iwink.nl/hoofdmenu/organisatie/regioloket

De effecten van krimp zijn veel duidelijker te merken in Drieborg, een van de kleine kernen van de nieuwe gemeente Oldambt, kort tegen de Duitse Grens. Al sinds de tweede wereldoorlog heeft Drieborg met krimp te maken, een gevolg van de dalende werkgelegenheid in de landbouw. Drieborg telt nu nog zo’n 350 inwoners. Het is het enige dijkdorp in Groningen. De bewoners nemen hier het heft in eigen handen, zo nodig met steun maar anders met eigen middelen. Zo werd grond aangekocht om sportvoorzieningen veilig te stellen en organiseerden bewoners hun eigen dorpshuis om een ontmoetingsplek te hebben. Drieborg heeft nog steeds met krimp te maken maar blijf wel contacten onderhouden met de ‘landverhuizers’ 15 Mei is er een driedaagse reünie voor ex-drieborgers.

http://www.dijkdorpdrieborg.nl/

Een derde type dorp is Oude Pekela, gelegen in de veenkoloniën. Ooit floreerde hier de strokarton maar dat is lang geleden en inmiddels zijn er gezinnen die al drie generaties werkeloosheid kennen.

De sociale structuur is kwetsbaar, hoger opgeleiden trekken weg en daarmee is niet allen in leeftijdsopbouw maar ook in opleidingsniveau de samenlevingsopbouw onevenwichtig. Dat heeft natuurlijk effecten op het niveau van locale voorzieningen en organisaties; in de politiek, het bestuur van de voetbalvereniging. In Pekela willen we onderzoeken wat het effect van initiatieven uit het bedrijfsleven kan zijn. Er zijn aanzetten om op een nieuwe manier een bedrijvigheid van de grond te krijgen die voortkomt uit het landgebruik rondom Pekela.

http://home.kpn.nl/bendoedens/26-Fotopagina%20Oude%20Pekela.htm

→ Geen reactiesTags:

rondreis door Groningen

20-04-2010 · Uncategorized

Donderdag is het lab topdorpen op pad geweest om het werkgebied noord en oost Groningen te verkennen. De rit ging van Groningen naar Westerwijdwerd, via Usquert, Roodeschool, Eemshaven naar Delfzijl en vervolgens naar Termunten, door het Oldambt ( Ganzendijk)  Blauwe Stad om te Eindigen in Oude Pekela.

In Oude Pekela nam het lab deel aan een een workshop/brainstorm sessie. Krimp slaat niet alleen neer op voorzieningen en woningen maar ook op bedrijventerreinen.

de oproep  luide of we ons bezig wilden houden  met de vraag hoe een mono-industrieterrein kan worden getransformeerd naar een gebied met meerwaarde voor een klein dorp met een rijke geschiedenis: Oude Pekela: een opgave die in veel laagdynamische gebieden speelt. Na een wandeling over het bedrijventerrein en welkom van de wethouder zal Jos Bosman, lector Hanzehogeschool, een presentatie geven over de uitdagingen waar veel dorpen en steden in Noord-Nederland voor staan: In feite één van de ontwerpopgaven die voortkomt uit ‘krimp’.

En daarmee hadden we onze eerste lezing te pakken en een interessant thema.

Waar vroeger strokarton gemaakt werd staat nu een bedrijf dat hennep op allerlei manieren verwerkt en op zoek is naar nieuwe technologieën die vanuit locale kennis gevoed. ( www.hempflax.com) Wellicht biedt dit perspectieven voor het topdorp?

Michel Melenhorst

→ Geen reactiesTags:

Lab Topdorpen van start!

09-04-2010 · Uncategorized

Na een eerste kennismaking in Den Haag is het Lab Topdorpen volop op locatie in Noord Oost Groningen.
woensdag is Flip op pad gegaan op zoek naar locale initiatieven en waardevolle contacten:

Impressies uit de regio                                         (Flip Bakker, 14 april 2010)

Vooruitlopend op de  gebiedsverkenning morgen, heb ik  een ontdekkingstocht gedaan. Ik had eerder al wat contacten gelegd via RUG/RW en de provincie Groningen.

Vanuit RUG/RW prof. Strijker kreeg ik mee: er (nog) niet een echt onderzoeksprogramma voor Krimp. Wel aanzetten daartoe. O.a. goede demografische verkenningen. Volgens hem werd de RUG door de regio tot nu toe alleen gevraagd voor de onderbouwing van financiële claims. De huidige aanpak vanuit de provincie had volgens hem nog sterk het karakter van window-dressing.

Later op de dag kreeg ik van Gilian Wijnalda (Groninger Dorpen) nog mee, dat er een onderzoek in uitvoering is: bedreigd bestaan; het leuke is dat het een herhaling is van eenzelfde onderzoek van 50 jaar geleden. Zie www.bedreigdbestaan.nl

De provincie dacht daar natuurlijk anders over. Die hebben nog vrij recent een programmamanager bevolkingsdaling aangesteld (Elmer Koole). Die is voorlopig nog z’n ei aan het leggen, en komt niet verder dan het provinciaal actieplan (zit in de dropbox), en de goede voornemens die daaruit blijken. Er is ook een (financieel beperkt) programma leefbaarheid (Heddy Leerink). Daar zijn inmiddels heel wat projecten gepasseerd. Gevraagd naar de beste, kwam ik uit in Termunten. Daar moest de ME de hangjongeren in bedwanghouden tijdens de voorlaatste jaarwisselingen. Jong en oud hebben nu de handen ineengeslagen en samen een dorpshuis/-café (bij de sluis)gerealiseerd. De laatste jaarwisseling is rustig verlopen.

Mijn eerste (geplande) ontmoeting gisteren was met Susanne Lemstra van het Plattelandshuis in Ten Boer. Dat was echt een schot in de roos: iemand met inzicht en visie.

  1. Wat is de essentie van krimp, en hoe staat het in de regio op de agenda? Niet zozeer de leegloop (niet werken vanuit een doemscenario van spookdorpen), maar wel vergrijzing en ontgroening (jeugd die wegtrekt). Dat betekent een aanslag op de sociale cohesie; traditionele ontmoetings-punten verdwijnen, nieuwe zijn nodig.
  2. Wat zou ons ontwerplab daaraan kunnen bijdragen? Kijken wat de kracht-factoren zijn waarom sommige kernen het nu nog steeds goed doen, ook al is de laatste winkel verdwenen. Ontwerpen van een buurthuis-nieuwe-stijl als drager van de sociale cohesie; niet alleen voor de traditionele verenigingen, maar ook de ontmoetingsplek (zoals Igluu) voor de ondernemende zzp-ers, die nu vaak in de voormalige bedrijfspanden zitten maar niet de etalagefunctie benutten.  Slimmer bouwen/ renoveren: inspelen op vergrijzing. Koppelen van voorzieningen (bijv. ouderenzorg icm. kinderopvang). Mijn aanvulling: wellicht ook krimp van school als kans benutten voor ‘brede school’ (relatie met agenda NmA/Gezond Verstand).  Heel belangrijke opgave: ontwerp iets voor jongeren tussen 14 en 18; die hebben nu in de meeste dorpen niets te zoeken.

Het Plattelandshuis in Ten Boer is zelf een goed voorbeeld van kansen benutten en bundeling van krachten: een goed verbouwde statige boerderij biedt nu onderdak aan de gemeente, en div. instellingen (o.a. ver. van Groninger  gemeenten, ver. van Groninger dorpen).

Daarna  ben ik op pad gegaan. Eerst aangelegd bij een boerderijwinkel, en een praatje gemaakt met de creatieve ondernemer daarachter: leuke dingen doen voor de omgeving – o.a. scholen op bezoek – werkt positief voor de omgeving en ook voor de bedrijfsinkomsten.

Op de Eemshaven een gigantische bedrijvigheid gezien – 10-tallen bouwkranen aan het werk met veel buitenlands personeel. Ze gaan er zelfs 2 complete tijdelijke nood-dorpen-met-voorzieningen voor bouwen: bij Winsum, en in Wagenborgen (onder Appingedam). Op die laatste lokatie ben ik nog wezen kijken: het terrein van een voormalige geriatrische instelling – een prachtig park in een landschappelijk prima setting, waar inmiddels alle bebouwing was gesaneerd…..

Maar eerst Termunten. Daar had ik een afspraak met een hereboer/kerkvoogd (hr. Perdok). Die me trots vertelde over de aanpak van het monumentale kerkje, en de functieverbreding middels (orgel-) concerten, en de röring die dat in het dorp brengt. Hij had helees geen visie op krimp, en kon zich ook moeilijk voorstellen hoe zijn oude dag er in dat perspectief uit zou moeten zien. Daarvoor heb ik wel een afspraak in de planning met mw. Reineking, die actief betrokken is in een dorpsklankbord dat zich bezint op de krimp.

Het was prachtig weer, en ik heb het goede voorbeeld van Sandra gevolgd: ben aangeschoven bij een dorpsbewoner op een bankje in de zon. Gesproken over wat ‘noaberschap’ nog inhield in het dorp. Een beetje onzichtbaar; dat was ook de analyse van Susanne Lemstra, die als (ontwerp)opgave daaro ook meegaf om die informele structuren meer zichtbaar en levend te maken. Ikzelf denk daarbij bijv. aan het ontwerpen en inrichten van een virtueel dorpshuis, ter ondersteuning van de echte ontmoetingen in het echte dorpshuis (nieuwe stijl).

En toen (via Wagenborgen) op weg naar Garrelsweer, een mooie kleine kern aan het mooie Damsterdiep (600 inwoners). Daar gesproken met Erik Raad, initiator en voorzitter van het nieuwe dorpshuis; winnaar van de provinciale vrijwilligersprijs. De krachtfactor van Garrelsweer: het dorpshuis en de grote (georganiseerde) betrokkenheid van de gebruikers en de vrijwilligers daarbij. Ook een inspirerend gesprek. De minimale voorzieningen om een gemeenschap levend te houden:

-          een basisschool, maximaal één dorp verderop;

-          een ontmoetingsmogelijkheid, zoals een dorpshuis.

Alle andere voorzieningen mogen zijn  ‘een half uur gaans’; vroeger was dat een straal van 3 km, tegenwoordig 15-20km.

Erik Raad werkt bij AveBe (aardappelmeel), en wil ook meedenken met de idee van aardappelmeel-kunst(stof)-projecten in de regio.

Tot slot een kleine voorzet als het gaat om participatie.

Voor onze aanpak zou ik graag een (beperkt) aantal mensen zoals Susanne Lemstra en Erik Raad willen inschakelen als een soort ‘Raad van Toezicht’ of een ‘Raad van Wijzen’. Die zouden we 3 max 4 keer kunnen informeren en consulteren: bij de start – ons plan van aanpak; een voortgangsconsultatie halverwege; en een consultatie over het concept-ontwerp-in-welke-vorm-dan-ook.

Als het gaat om de ‘lokale schaal’ (bijv. een dorpshuis-nieuwe-stijl, of brede-school-tegen-wil- en-dank, of jeug-14-18-voorziening) ben ik van mening dat we aansluiting moeten zoeken bij de lokale doelgroep. De ‘Raad van Wijzen’ kan ons daarbij adviseren.

Voor mij was dit een leuke ontdekkingstocht in de regio Noord-Groningen. Dat is ook het meest perspectiefrijke gebied in onze opgave. Ik heb het niet aangedurfd om in ‘het putje van de provincie’ – de regio Oost-Groningen – de idee voor te leggen om de dijken door te steken, en het putje om te toveren in een merengebied, in combinatie met een zoet/zoutwatercentrale… Hebben jullie meer lef, morgen?

Met vriendelijke groet,

Flip Bakker

→ Geen reactiesTags: